De Dalai Lama is zowel religieus als politiek leider van het Tibetaanse volk. Sinds zijn vlucht in 1959 woont de Veertiende Dalai Lama in ballingschap in Dharamsala, Noord-India van waaruit hij en de regering in ballingschap strijdt voor autonomie voor Tibet. Hierbij staat het principe van geweldloosheid voorop. Mede daardoor ontving hij in 1989 de Nobelprijs voor de Vrede.
Geschiedenis van de veertien Dalai Lama’s
In 1409 werd in Tibet de Gelugpa-orde, ook wel de “Geelkappen”genoemd, gesticht. Deze orde verwierf zoveel macht dat de leider hiervan tevens religieus en wereldlijk leider van Tibet werd. Deze leiders volgden elkaar op door een systeem van reïncarnatie.
De derde van hen wist in 1578 de Mongoolse heerser Altan Khan tot de orde te bekeren. Als dank gaf Khan hem de titel Dalai Lama, wat Oceaan van Wijsheid betekent. Dalai is Mongools voor Oceaan en Lama is het Tibetaanse woord voor leraar. Aan de twee eerdere leiders van de orde werd postuum dezelfde titel toegekend.
De Dalai Lama wordt gezien als de manifestatie van Chenrezig, de beschermheilige van Tibet en bodhisattva van mededogen. Een bodhisattva is een wezen dat het Boeddha-zijn heeft bereikt maar het nirvana nog niet ingaat om de mensheid te helpen zich uit haar lijden te verlossen. De Dalai Lama is een ‘tulku’, wat wil zeggen dat hij zijn eigen wedergeboorte kan kiezen.
|