|
Tibetaans boeddhisme
|
|
In 1933 overleed de Dertiende Dalai Lama en stond de Tibetaanse regering voor de taak zijn reïncarnatie te vinden. Totdat deze gevonden was en de leeftijd kreeg om te regeren, werd er een regent aangesteld.
Een delegatie van hoge lama’s en ambtenaren vond in 1937 uiteindelijk Lhamo Thondup. Na zorgvuldig onderzoek waren zij ervan overtuigd dat dit jongetje de reïncarnatie van de Dertiende Dalai Lama was.
Lhamo Thondup was op 6 juli 1935 geboren als één van de zes kinderen van een boerenechtpaar in Amdo, Oost-Tibet. In 1939, twee jaar na zijn herkenning, vertrok hij naar Lhasa waar hij op 22 februari 1940 officieel als Veertiende Dalai Lama werd geïnstalleerd. Bij zijn inwijding werd zijn naam veranderd in Tenzin Gyatso.
Vanaf zijn zesde jaar kreeg hij een traditionele kloosteropleiding, wonend in de winterverblijven van het Potala of in de zomerverblijven in het Norbulingkapark in Lhasa. Naast deze religieuze opleiding werd aandacht besteed aan de taak die Dalai Lama’s traditioneel op achttienjarige leeftijd op zich nemen: het dragen van de politieke verantwoordelijkheid voor de staat Tibet.
Eind 1949 werd Tibet echter geconfronteerd met de dreiging van een Chinese inval en werd er besloten niet langer te wachten met de formele machtsoverdracht van de regent aan de Dalai Lama. Zodoende kreeg op 17 november 1950 de toen zestienjarige Dalai Lama het Gouden Rad overhandigd als symbool van het feit dat hij wereldlijk leider van Tibet was geworden.
|