Landbouw, bosbouw en dammen brengen geld op voor de Chinese overheid, maar brengen indirect onherstelbare schade toe aan het oorspronkelijke landschap van Tibet.
Mismanagement in de landbouwDe Chinese bezetting heeft ernstige gevolgen voor de landbouw. De traditionele yakteelt en verbouw van gerst hebben deels plaats moeten maken voor de verbouw van tarwe, een voor Tibet vreemde graansoort, waarvoor het gebruik van kunstmest nodig is. Vroeger wisten de Tibetanen een natuurlijk evenwicht te realiseren: de velden bleven lange tijd braak liggen en erosie werd voorkomen. Misoogsten en de export van graan en vlees naar China leidden in de jaren zestig tot grote hongersnood. De overbegrazing veroorzaakt erosie en woestijnvorming. OntbossingDoor de Chinese bouwwoede is er een enorme vraag naar hout. Al in de jaren vijftig werd begonnen met het kappen van bossen, met name in Kham in Oost-Tibet. Kham werd hierdoor het op één na belangrijkste bosbouwgebied van China. Geschat wordt dat nog slechts vijftien procent van de oorspronkelijke 25 miljoen hectare bos over is. Officieel is het Chinese beleid er nu op gericht het bos in stand te houden door heraanplanting, maar slechts tien tot vijftien procent van het verloren gegane bos werd succesvol herbeplant. YangtzeDe gevolgen van ontbossing werden in september 1998 pijnlijk duidelijk toen de rivier de Yangtze stroomafwaarts buiten zijn oevers trad. Tussen de 3500 en tienduizend mensen vonden hierbij de dood. In de jaren daarna herhaalde dat zich. Deze rivier ontspringt op het Tibetaanse plateau waar veel van de oorspronkelijke bosvegetatie verloren is gegaan. De Chinese regering erkent dat het verdwijnen van deze vegetatie de oorzaak van de overstroming is, en heeft het kappen van bossen in de bovenstroom van de Yangtze verboden. De illegale houtkap is echter moeilijk tegen te houden. Bodemerosie Door de grootschalige boskap en het cultiveren van steile hellingen is er bodemerosie ontstaan met als gevolg een versnelde afvoer van het water. Dit brengt onregelmatige waterstanden in de rivieren met zich mee, wat kan leiden tot overstromingen. In Yunnan is het aantal overstromingen de laatste veertig jaar verdrievoudigd. In de provincie Sichuan zijn sinds 1950 al zeven desastreuze overstromingen geweest. Door het wegspoelen van grond is er tevens sprake van een hogere sedimentlast van de rivieren. Eind 2001 heeft China een zestal ecologische projecten gelanceerd om langs de Yangtze en de Gele Rivier het water en de bodemerosie te controleren. Hydro-elektriciteitDankzij het uitgebreide rivierenstelsel beschikt Tibet over een enorme hoeveelheid waterkracht. China legt dammen en waterreservoirs aan om het eigen elektriciteitstekort op te vangen. Door deze ontwikkeling ontstaat in Amdo en Kham een ontregelde wateraanvoer in de rivieren, waardoor zeldzame planten en vissen verdwijnen, landbouwgrond onvruchtbaar wordt en de kans op overstromingen toeneemt. Desondanks heeft China nu ook plannen voor Centraal Tibet. Van Tibets belangrijkste en meest milieuvriendelijke energiebron, de zonne-energie, wordt geen gebruik gemaakt. Yamdrok Tso-meerDoor de in gebruikneming van een enorme elektriciteitscentrale dreigt het Yamdrok Tso-meer in Amdo, één van Tibets heilige meren, uit te drogen. De centrale is gebouwd in het kader van het Chinese ontwikkelingsplan voor Tibet, het ‘Drie Rivieren Dam Project’. De daling van de waterstand in het meer kan leiden tot klimatologische veranderingen en een vernietiging van de ecologie van het meer. Verwacht wordt dat het meer binnen vijftig jaar opgedroogd zal zijn. |