| Onderwijs |
|
Het onderwijssysteem dat de Chinese overheid heeft opgezet in Tibet reflecteert het algehele beleid van de Chinese overheid ten aanzien van Tibet. Het beleid heeft een politiek karakter en gaat voorbij aan de behoefte die er onder de Tibetanen is om in de eigen taal onderwijs te krijgen.
Op scholen is Chinees de voertaal geworden wat de autochtone bevolking veelal belemmert om middelbaar of hoger onderwijs te volgen. Zodoende wordt hun positie op de arbeidsmarkt verzwakt en is er sprake van een groeiende economische en sociale kloof tussen Tibetanen en Chinezen.
Het Chinese beleidDirect na de bezetting van Tibet door communistisch China (1949-1951) zijn de Chinezen begonnen met het opzetten van grootschalige onderwijsprogramma´s. Dit werd belangrijk geacht omdat het onderwijzen van de massa een kernpunt binnen het communistische gedachtegoed is. Anderen zien hierin echter een poging van communistisch China om via het onderwijs de communistische denkbeelden te propageren en de bevolking te hersenspoelen.De afgelopen vijftig jaar zijn er twee soorten van onderwijsbeleid geweest. Het eerste was de zogenaamde kwantitatieve, of rode strategie. Deze gaf prioriteit aan ideologische, revolutionaire lesprogramma´s. Deze strategie werd vooral toegepast tijdens de Grote Sprong Voorwaarts (1958-1959) en de Culturele Revolutie (1966-1976).
Economische groeiDe voorkeur gaat tegenwoordig echter uit naar de kwalitatieve, of expert strategie. Hierin wordt de academische en technische educatie voorop gesteld. Het achterliggende idee van deze benadering is het stimuleren van een snelle economische groei. Dit heeft tot gevolg dat het onderwijs in Tibet gericht is op de steden, een intellectuele elite en het hoger onderwijs. Dit gaat ten koste van het lager en middelbaar onderwijs, onderwijs op het platteland en de grootschaligheid van onderwijsprojecten.De UNESCO (de onderwijsafdeling van de Verenigde Naties) noemt in haar World Education Indicators rapport uit 1995 naast economische ontwikkeling een tweede belangrijke doelstelling van de kwalitatieve strategie. China past volgens deze organisatie dit beleid toe, om via het onderwijs bij de Tibetanen binding met het Chinese Moederland te kweken en om een volledige integratie van Tibet in China te bewerkstelligen.
TaalkwestieOmdat de Tibetaanse taal door China als een belemmering wordt gezien voor de economische ontwikkeling en het integratieproces, wordt het merendeel van het onderwijs in de Chinese taal gegeven. Voor verreweg de meeste Tibetanen is dit een volkomen vreemde taal die zij niet of onvoldoende beheersen.Hierdoor presteren zij op school over het algemeen slechter dan hun Chinese klasgenoten waardoor het ook moeilijker voor hen is om een vervolgopleiding te doen. Dit heeft een zwakke positie op de arbeidsmarkt tot gevolg. Wel is het voor middelbare scholieren mogelijk om in plaats van Engels het Tibetaans als tweede taal te kiezen. Maar omdat het voor het volgen van een vervolgopleiding vaak ook noodzakelijk is om enige kennis van de Engelse taal te hebben, voelen veel jongeren zich gedwongen om voor Engels te kiezen. Bovengenoemde taalmaatregelen hebben ook tot gevolg dat ongeveer twee derde van de docenten in Tibet Chinees is en de Tibetaanse docenten zodoende van de arbeidsmarkt verdringen. Daarnaast worden Chinezen door de Communistische Partij in ideologisch opzicht betrouwbaarder gevonden. Omdat er onder Chinezen weinig animo bestaat om in Tibet te werken, zijn het over het algemeen niet de beste docenten die daar les geven. Een deel van hen heeft zelfs geen onderwijsbevoegdheid. Onderwijs buiten TibetOm de band met het Moederland te versterken, worden van overheidswege ieder jaar enkele duizenden Tibetaanse kinderen naar China gestuurd om daar de middelbare schoolopleiding te volgen. Als de kinderen na zeven jaar terugkeren naar Tibet zijn zij geheel vervreemd van de Tibetaanse taal en cultuur.Tot enkele jaren terug stuurden ouders hun kinderen daarom naar de kloosters zodat zij een Tibetaanse opleiding zouden krijgen, ondanks het feit dat religieus onderwijs onder zeer scherpe controle van de Chinese autoriteiten stond. Sinds de start van het Patriotic Education Program in 1994 worden deze studenten door de Chinese overheid echter uit de kloosters verbannen. De enige mogelijkheid om een Tibetaanse opleiding te krijgen, is vluchten naar Nepal of India, naar de daar door vluchtelingen opgerichte Tibetaanse scholen. Tussen 1984 en 1994 zijn er zo’n 9.000 scholieren naar deze buurlanden gesmokkeld ondanks de enorm zware tocht door de bergen en het feit dat er zware straffen op staan. Van deze kinderen kregen ongeveer 5.000 hun opleiding in een klooster en de resterende 4.000 ging naar moderne scholen. Meer recente cijfers hiervan zijn niet beschikbaar.
ResultatenEr bestaat een groot verschil in de omvang van de onderwijsinvesteringen in China en in Tibet. Tussen 1990 en 1994 werd in China per hoofd van de bevolking twee maal zoveel aan onderwijs uitgegeven dan in Tibet. Gezien de onderwijsachterstand die er toch al was in Tibet, is de kloof zodoende steeds groter geworden.Volgens de volkstelling in China in 1990 was 30% van de etnisch Chinezen (semi-) analfabeet, tegen 73% van de etnisch Tibetanen. Omdat volgens China in 1951 90% van de Tibetanen (semi-)analfabeet was, is er in de afgelopen vijftig jaar dus erg weinig vooruitgang geboekt. Er zijn verschillende redenen te noemen voor het hoge percentage analfabeten in Tibet. Omdat het niveau van de meeste lagere scholen bedroevend laag is, kunnen veel Tibetaanse kinderen nauwelijks lezen en schrijven op het moment dat zij school verlaten. Daarnaast is de overstap naar de Chineestalige middelbare school vaak te groot en blijft het bij een lagere school opleiding. Vanwege de achtergestelde positie van Tibetanen op de arbeidsmarkt is de financiële bijdrage die van ouders wordt verwacht, vaak meer dan zij zich kunnen veroorloven waardoor hun kinderen geen opleiding krijgen. Tot slot zijn vooral op het platteland te weinig scholen waardoor het vanwege de afstanden voor een deel van de kinderen onmogelijk is een school te bezoeken. Op universitair niveau floreerde vooral de Tibetaanse studies waaronder Tibetaanse taal- en letterkunde en Tibetaanse geneeskunde. De colleges van deze studierichtingen waren de enige die in het Tibetaans gegeven werden en eigenlijk was dit het enige terrein waar door Tibetanen gedegen wetenschappelijk onderzoek werd uitgevoerd. Sinds 1998 mogen er voor deze Tibetaanse studierichtingen echter geen studenten meer worden ingeschreven. De verwachting is dan ook dat het aantal hoogopgeleide Tibetanen in de toekomst zal gaan dalen, terwijl dit percentage toch al laag was; in 1990 0,34 % tegen 1,06 % in China. Het huidige onderwijssysteem werkt discriminatie van Tibetanen binnen de scholen en op de arbeidsmarkt in de hand. Er is sprake van een groeiende sociale en economische kloof tussen Tibetanen en Chinezen. In een poging om binding met China en de Chinezen te creëren heeft de Chinese onderwijsstrategie in Tibet onbedoeld het tegengestelde effect bereikt.
|




