Tibet ligt verscholen tussen de hoge bergen van de Himalaya en wolken vanaf de zee bereiken het land niet. Het resultaat is dat Tibet een erg droog klimaat heeft.
Temperatuurverschillen
Tijdens het reizen door Tibet kan je extreme temperatuurverschillen meemaken. Je komt soms hoger dan vijf kilometer en reist over hoogvlaktes. Wat kleding betreft, moet je dus op alles voorbereid zijn. Het ene moment is lichte katoenen kleding voldoende, terwijl het andere moment een dikke trui, (dons)jas, sjaal, muts en handschoenen nodig zijn.
Helderblauwe luchten
Van april tot en met november is het over het algemeen goed te reizen in Tibet. Van mei tot en met september is het in Lhasa overdag meestal warm genoeg om in een T-shirt of blouse rond te lopen. In het najaar is het daar te fris voor. Het sneeuwt zelden in Lhasa. Wel is er in de zomer een grotere kans op regen dan in het najaar. De zomerregen kan, ook nog in oktober, gevolgen hebben voor de begaanbaarheid van de weg van Lhasa naar Kathmandu en andere wegen in Tibet. In mei is het meestal een paar graden warmer dan in oktober, maar op de passen kan nog sneeuw en ijs liggen. Vaak heb je helderblauwe luchten met veel zon.
Nepal
Het aangrenzende Nepal, waar veel Tibetaanse vluchtelingen zijn neergestreken, heeft een droog seizoen van oktober tot en met mei. De moesson duurt er van juni tot en met september. Van oktober tot in maart ligt de temperatuur er tussen de vijftien en twintig graden; daarna kan hij oplopen tot 35 graden.
|