De huidige bezetting van Tibet gaat gepaard met schendingen van de mensenrechten, die helaas niet alleen tot het verleden behoren.
Politieke onderdrukking en gevangenschap
Tibetanen kunnen hun recht op vrije meningsuiting niet uitoefenen. Kritiek op het Chinese beleid of het roepen van leuzen voor een vrij Tibet is voldoende voor een jarenlange gevangenisstraf. Het merendeel van de politiek gevangenen zit vast zonder enige vorm van proces. De verdachte is schuldig totdat onschuld is bewezen. De voorzieningen in de gevangenissen zijn beperkt en voldoen niet aan internationale minimumstandaarden. Zowel de medische verzorging als de kwaliteit en kwantiteit van het voedsel zijn onvoldoende. Martelen van politiek gevangenen is aan de orde van de dag.
Schending religieuze vrijheid
China ziet het Tibetaans boeddhisme als grootste obstakel om totale controle over de Tibetanen te krijgen. De religie staat dan ook onder scherp toezicht. China bepaalt hoeveel monniken en nonnen er in een bepaald klooster mogen en wie dat zijn. Zij vormen het voornaamste doelwit van politieke heropvoedingscursussen. Dit betekent onder meer dat ze de Dalai Lama moeten afzweren en trouw beloven aan de Communistische Partij. Ook geldt sinds 1996 een verbod op het bezitten van foto’s van de Dalai Lama.
Discriminatie
China stimuleert de toestroom van Chinezen naar Tibet. Chinezen die in Tibet gaan wonen krijgen hogere lonen, toegang tot scholen en medische voorzieningen, voorrang bij huisvesting en langere vakanties. Door deze bevolkingsverplaatsing beginnen Tibetanen niet alleen in demografisch, maar ook in sociaal, cultureel en economisch opzicht een minderheid te vormen. Zo hebben ze minder kans op werk. De goed betaalde banen zijn veelal in handen van de beter opgeleide Chinezen. Voor veel Tibetanen is het onderwijs niet te betalen, zijn scholen onbereikbaar of vormt de taal een barrière. De voertaal in het onderwijs is inmiddels Chinees en er is geen aandacht voor Tibetaanse cultuur, geschiedenis en het boeddhisme. |