|
JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL
Controle op religie
Na de pro-onafhankelijkheidsdemonstraties in 1987 is de controle over het religieuze leven weer verscherpt. Het herbouwen en renoveren van belangrijke kloosters gedurende de jaren ’80 en ’90 moet dan ook worden gezien in het kader van de plannen om van Tibet een lucratieve toeristische trekpleister te maken. De kloosters staan onder toezicht van het ‘Religieus Bureau’, een Chinese overheidsinstelling.
Dit bureau heeft in de kloosters Democratische Management Committees (DMC’s) aangesteld welke binnen de kloosters zorg dragen voor de uitvoering van het overheidsbeleid. Ook bepalen de DMC’s hoeveel geestelijken er toe mogen treden tot de kloosters en onder welke voorwaarden.
Omdat de Tibetaanse geestelijkheid vaak het voortouw had genomen bij onafhankelijkheiddemonstraties, werd in 1994 op het ‘Derde Forum over Tibet’ door China besloten de controle over het religieus leven verder te verscherpen. Doel van dit nieuwe beleid was om “het hoofd (de Dalai Lama) van de slang (de Tibetaanse onafhankelijkheidsbeweging) af te hakken”. Naar aanleiding van het Forum werd in 1995 begonnen met een grootschalige ‘politieke heropvoedingcampagne’ in de kloosters.
Monniken en nonnen werden verplicht een drie maanden durende cursus te volgen waarin zij de Chinese versie van de geschiedenis van Tibet leerden.
Aan het eind van de cursus werden zij geacht schriftelijk te verklaren dat zij afstand namen van de Dalai Lama en trouw beloofden aan het Moederland. Inmiddels zijn er sinds 1996 meer dan 11.000 monniken en nonnen uit kloosters verbannen omdat zij hebben geweigerd een dergelijke verklaring af te leggen of meer in het algemeen protesteerden tegen de 'patriottische heropvoeding'.
|