|
Politiek
|
China voert een officieus beleid waarbij politieke gevangenen in slechtere omstandigheden verblijven dan andere gevangenen. De voorzieningen zijn uiterst beperkt en voldoen niet aan internationaal aanvaarde minimumcondities. Het ontbreekt aan voldoende voedsel, waardoor ook de kans op ziektes toeneemt. Daarnaast is de medische verzorging volstrekt ontoereikend.
Er zijn verschillende gevallen bekend van zieke gevangenen die als direct gevolg van onvoldoende of ontijdige behandeling zijn gestorven. Daarnaast moeten gevangenen zware arbeid verrichten onder slechte omstandigheden. Zo ontbreekt het bijvoorbeeld aan goede voorzorgsmaatregelen op het gebied van veiligheid waardoor er dodelijke ongelukken kunnen gebeuren.
Een gangbare straf voor politieke gevangenen in Tibet is 'heropvoeding-middels-dwangarbeid'. China weigert deze straf die in strijd is met de mensenrechten af te schaffen, ondanks dat de ILO en China in mei 2001 een overeenkomst hebben ondertekend "om de hervorming van nationale arbeid in China te versterken".
Martelingen
Vijftien procent van de politieke gevangenen krijgt te maken met martelingen. Deze martelingen beginnen vaak al tijdens de eerste ondervragingen als methode om bekentenissen en informatie los te krijgen. Gevangenen worden geslagen met stokken, blootgesteld aan extreme temperaturen, opgehangen aan hun op de rug vastgebonden polsen, aangevallen door honden of er worden met elektrische stokken schokken toegediend in de mond en vrouwelijke geslachtsdelen.
Het effect van de martelingen wordt versterkt door het gebrek aan voedsel en goede medische verzorging. Sinds de golf van pro-onafhankelijkheidsdemonstraties in 1987 zijn zeker 69 politieke gevangenen overleden aan de directe gevolgen van marteling, waarvan 33 sinds 1997.
Levende bewijzen van de martelingen zijn de verschillende ex-politieke gevangenen die na hun vrijlating Tibet zijn ontvlucht, en de wereld rondgaan om over hun gruwelijke ervaringen te vertellen. Zoals zeer recent (2002) Pasang Lhamo en Choeying Kunsang, twee nonnen uit de Draphi-gevangenis.
China en VN Verdragen
Op 5 oktober 1998 tekende China het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten. Zij liet echter direct weten op een aantal essentiƫle punten het verdrag niet na te kunnen komen omdat deze in strijd zouden zijn met de Chinese grondwet. Er wordt een voorbehoud gemaakt ten aanzien van de vrijheid van vergadering, de vrijheid van mobiliteit en de afschaffing van de doodstraf.
Wel garandeerde China de vrijheid van meningsuiting en een eerlijk proces en biedt het bescherming tegen mishandeling en willekeurige opsluiting. Tot op heden heeft het Volkscongres het verdrag echter nog altijd niet geratificeerd en kenners betwijfelen of hier op korte termijn verandering in komt.
Op 27 maart 2001, drie jaar na ondertekening en vlak voor het IOC zou beslissen welk gastland de Olympische Spelen van 2008 mocht organiseren (Peking's kandidatuur lag zwaar onder vuur vanwege de mensenrechtensituatie), ratificeerde China wel het Verdrag dat de (gelijke) economische, sociale en culturele rechten van mensen moet garanderen. Kernpunten zoals vrije vakbondorganisatie en stakingsrecht, blijven in China echter verboden.
Sinds het door China in 1988 geratificeerde Verdrag tegen marteling, zijn zeker 69 Tibetanen overleden als direct gevolg van martelingen in Chinese gevangenissen in Tibet.Ondanks ondertekening of ratificatie van dergelijke verdragen is er geen sprake van verbetering van de mensenrechtensituatie in Tibet. Sinds begin jaren '90 is de het Chinese beleid veranderd van 'onder controle houden' naar onderdrukking.
|