|
In het westen van China, Oost-Tibet, heeft zich woensdag 14 april een zware aardbeving voorgedaan. Daarbij zijn zeker zeshonderd doden gevallen en tienduizend mensen gewond geraakt.
De beving werd gevolgd door een serie zeer krachtige aardschokken. Veel mensen werden door het puin van instortende huizen bedolven.
Volgens de Amerikaanse geologische dienst had de beving een momentmagnitude van 6,9. In het getroffen gebied, in het zuiden van de provincie Qingha (Oost- Tibet), wonen vooral herders en boeren. Hun huizen zijn veelal gemaakt van modder en hout. Volgens ooggetuigen staat er in het gebied bijna geen bouwwerk meer overeind. In de plaats Jiegu zou 85 procent van de gebouwen plat liggen.
Reddingswerkers hebben de grootste moeite om hun werk te doen op de rampplekken. Er is weinig materieel en geen stroom en water. Gewonde mensen lopen huilend en in paniek rond, velen hebben zware brandwonden.
De provinciale overheid heeft al vijfduizend tenten en 100.000 wollen jassen beschikbaar gesteld. Dit is hard nodig omdat de temperatuur in het gebied rond het vriespunt ligt. Er staat ook een harde, koude wind. De stad ligt op het Qinghai-Tibet plateau, op meer dan vierduizend meter hoogte.
Na de eerste beving zijn er zeker achttien zware naschokken geteld. Het is zo goed als zeker dat het aantal slachtoffers van de beving nog fors zal stijgen, omdat er nog veel inwoners onder het puin liggen.
Onmiddellijk na de ramp zijn enkele honderden soldaten ingezet om levenden vanonder het puin te halen, maar ze moeten met hun handen graven, omdat ze niet over materieel beschikken om puin te ruimen. Volgens de China Daily zijn meer dan 5.000 reddingswerkers onderweg naar het getroffen gebied.
De lokale overheid en de medewerkers van het Rode Kruis in China proberen zo snel mogelijk tenten en dekens naar het gebied te krijgen, omdat de temperaturen daar 's nachts onder het vriespunt dalen.
‘Het grootste probleem waar we nu mee te kampen hebben, is het gebrek aan tenten, medisch materiaal en -personeel', zegt de woordvoerder van de prefectuur aan de China Daily, de enige officiële Chinese krant die ook kritische geluiden over het beleid laat horen.
Volgens de krant is de stad telefonisch niet bereikbaar en zijn de wegen naar de luchthaven vernield. De commandant van een lokale legereenheid vreest dat de hulpverlening daardoor ernstig kan worden gehinderd.
De grote spoorlijn die Tibet met China verbindt, zou nog intact zijn omdat ze ver van het epicentrum van de bevingen loopt.
Yushu, waartoe de stad Gyegu behoort, is een van de Tibetaanse gebieden waar in maart 2008 zware protesten tegen China werden gehouden. Het gebied werd een tijdlang afgesloten voor buitenlanders, maar is nu wel toegankelijk voor de buitenwereld.
Landen als België, Groot-Brittannië en Frankrijk staan paraat om te helpen, maar wachten op een vraag van de Chinese regering. |